Rapportcijfers
De vragenlijsten van Monitor@Work zijn ontworpen om de psychologische aspecten van het werk nauwkeurig te meten. Meerdere vragen leiden tot een afgewogen score, die meer differentiatie toont dan het onderscheid tussen “gunstig” en “ongunstig”. Dat maakt het toekennen van rapportcijfers mogelijk.

Hierboven is aangegeven hoe de scores van een onderwerp in de Nederlandse beroepsbevolking doorgaans verdeeld zijn. Aan de hand van die verdeling wordt per persoon een rapportcijfer toegekend.
Veel mensen scoren rond het gemiddelde en krijgen dus een 6 of een 7. Naarmate de score extremer wordt (in gunstige of ongunstige zin), neemt het aantal mensen met die score af. Dat betekent dat een 10 alleen aan de meest gunstigste scores wordt toegekend, en een 3 alleen aan de meest ongunstige scores.
Iedereen die bovengemiddeld scoort, en dus een rapportcijfer van 7 of hoger heeft, wordt in de groepsprofielen getoond in de gunstige groep (groen balkje). Iedereen met een onvoldoende (5 of lager) valt in de groep ongunstig (rood balkje). Het gemiddelde rapportcijfer van een onderzoeksgroep (afdeling) ligt doorgaans tussen 6 en 7.
Combinatie
Het is ook mogelijk om een combinatierapportcijfer te laten berekenen. Welke onderwerpen in dit combinatiecijfer moeten meewegen, kunnen we samen met u vaststellen aan de hand van de strategische doelen van de organisatie.
Zo werd bijvoorbeeld bij een onderzoeksinstituut een combinatiecijfer samengesteld op basis van Energie, Initiatief in het werk en Actief leren. Bij een industrieel bedrijf werd een combinatiecijfer samengesteld op basis van Betrokkenheid, Energie en Herstel na werk.
Door combinatierapportcijfers kunnen afdelingen gemakkelijk onderling vergeleken worden op de strategische doelen.
